De leergebieden en ontwikkelingsdoelen

welkom2

De leergebieden en ontwikkelingsdoelen


1. Communicatie en taal

 

Kerngedachten

Het stimuleren van de communicatieve vaardigheden is één van de belangrijkste ontwikkelingsdoelen in het buitengewoon onderwijs type 2.

Enkel door te communiceren is interactie mogelijk tussen het kind en de buitenwereld. Het leren begrijpen en gebruiken van een communicatiesysteem bevordert het contact met de mensen en de integratie in de maatschappij. Taal vergemakkelijkt ook het leren in andere leergebieden. 

Communicatievaardigheid is dus doel en middel.

 

2. Leren leren

 

Kerngedachten

Via het leergebied “leren leren” willen we kinderen zich laten ontwikkelen door hen meer inzicht te geven in hun eigen denken en hun gedrag. We besteden aandacht aan motivaite: het durven en willen leren, denken en doen.

Het domein cognitie en metacognitie streeft naar het zelfstandig verwerken van informatie en het leren eenvoudig reflecteren over de eigen denk- en leerhandelingen.

 

3. Motorische vaardigheden en lichamelijke opvoeding

 

Kerngedachten

Kinderen hebben veel behoefte aan beweging. Bewegen is noodzakelijk om zich te ontwikkelen op alle vlakken. Door te kijken, te luisteren, te ruiken, te voelen en te bewegen ontdekt een kind zichzelf en de wereld.

De motoriek van een kind is afhankelijk van zijn mogelijkheden en beperkingen. Alle mogelijkheden moeten we zo goed mogelijk ontwikkelen en benutten. Het is echter vooral belangrijk dat de leerling plezier beleeft aan het bewegen, dat hij een bepaald doel zelfstandig kan bereiken en dat zijn levensruimte uitbreidt.

Aan het stimuleren van de motorische ontwikkeling werken verschillende teamleden: de leerkracht lichamelijke opvoeding, de leerkracht muzische vorming, de klasleerkracht, de kinesist.

 

4. Muzische vorming

 

Kerngedachten

Dit deelgebied handelt over de vaardigheden die een kind nodig heeft om zijn vrije tijd goed te gebruiken en zinvol in te vullen. De ontwikkeling van het spel en het muzisch handelen staan centraal. Zowel het spelen als het muzisch handelen leveren een rijke bijdrage aan de ontwikkeling van het kind.

Door spelen en muzische handelingen oefenen de kinderen complexe vaardigheden in. Affectieve, cognitieve, sociale en motorische aspecten zijn hier permanent in dialoog. Deze doelen hebben niet alleen betrekking op het vrijetijdsgebeuren, maar zijn ook belangrijk voor de ontplooiing van de totale persoonlijkheid.

Door expressie en communicatie oefenen kinderen vele vaardigheden. Expressie geeft vorm aan ervarings- en gevoelspatronen en zorgt ervoor dat de leerling zijn greep op de wereld vergroot. Via deze activiteit kan het kind op een speelse manier een conflict of een emotionele gebeurtenis doorwerken. De gebeurtenissen worden verpakt in een verhaal dat verteld, gezongen, gedanst of beeldend vormgegeven wordt. Hierbij kan het verhaal beschouwd worden als een creatieve poging om ervaringen te verwerken.

Het kind kan uiting geven aan zijn innerlijke wereld en de manier waarop het de buitenwereld ervaart. In het spel en het muzisch handelen communiceren kinderen door gebruik van tekens, kleuren, vormen, gebaren, bewegingen, woorden, zinnen , klanken en geluiden. Via speelse en expressieve activiteiten kunnen kinderen vorm geven aan hun eigen wereld.

Spel en creatieve expressie zijn belangrijke schakels in de ontwikkeling van het symbolisch en creatief denken. Door activiteiten zoals imiteren, symbolisch spel en tekenen, leren kinderen symbolen en tekens hanteren die voor iets anders staan, die afwezige objecten of gebeurtenissen uitbeelden. Hierbij leren kinderen omgaan met het onderscheid tussen spel en werkelijkheid.

Muzische activiteiten en spel zijn bovendien manieren om de werkelijkheid te verkennen, te herkennen en te begrijpen. Via deze activiteiten ervaren kinderen de mogelijkheden en grenzen van materiaal en ontdekken ze hun eigen capaciteiten en beperkingen.

Spelen en muzisch handelen bevorderen de ontwikkeling van een adequate werkhouding, de concentratie, het uihoudingsvermogen, de aandacht, de creativiteit en de verbeelding. Ze bieden kinderen de mogelijkheid om het planmatig handelen, het zelfontdekkend en het probleemoplossend denken te ontwikkelen.

Deze activiteiten kunnen een waardevolle bijdrage leveren tot het ontwikkelen van een positief zelfbeeld, de motivatie en het leren initiatief nemen. Daarnaast werken we al spelend en door creatieve expressie ook aan de ontwikkeling van communicatie, samenwerking, zelfsturing, zelfstandigheid en exploratie. Bovendien zijn dit bezigheden die bij kinderen geliefd zijn en waarvoor ze intrinsiek gemotiveerd zijn, aangezien de activiteit op zich vreugde verschaft.

 

5. Sociaal-emotionele ontwikkeling

 

Kerngedachten

De ontwikkelingsdoelen werden geordend in de domeinen emotiebeleving en sociale beleving. In onze samenleving worden heel wat inspanningen geleverd om de cognitieve ontwikkeling en het verwerven van vaardigheden te stimuleren.

Naast dit kennen en kunnen speelt echter ook het beleven van het kennen en het kunnen en het aankunnen een belangrijke rol. Leerlingen in het type 2 onderwijs hebben een grote gevoeligheid en kwetsbaarheid. De confrontatie met beperkingen en de gevolgen ervan leiden bij velen tot affectieve problemen zoals negatief zelfbeeld, gebrek aan zelfvertrouwen en minderwaardigheidsgevoelens.

Onze leerlingen hebben het moeilijk om in hun gevoelsleven structuur aan te brengen. Leerlingen moeten hun mogelijkheden leren kennen, leren waarderen, leren ontwikkelen en leren gebruiken. Dit kan groeien wanneer zij zich als mens gewaardeerd voelen en hun mogelijkheden positief ervaren. Aanmoedigingen en lofuitingen van anderen zijn een noodzakelijke voorwaarde om tot zelfwaardering te kunnen komen.

Het is tevens belangrijk kinderen op affectief vlak weerbaar te maken. Bij de persoonlijkheidsvorming speelt ook het creatieve aspect een grote rol. Via creativiteit krijgen we de mogelijkheid om ons te uiten en om emotionele gebeurtenissen te verwerken.

De doelstellingen die gericht zijn op creativiteit werden reeds toegelicht bij het leergebied muzische vorming.

Een kind heeft menselijke verbondenheid nodig om aan zijn hulpeloosheid te ontsnappen en om tot autonomie te groeien. Deze verbondenheid is echter een doel op zich.

 

6. Wereldoriëntatie

 

Kerngedachten

Bij het selecteren van ontwikkelingsdoelen wereldoriëntatie houden we rekening met de mogelijkheden en beperkingen van elk kind, met zijn interesses en eventuele vragen. We laten de leerlingen zoveel mogelijk kennismaken met de hen omringde wereld.

De leerlingen krijgen inzicht in het functioneren van hun lichaam. Zo hechten ze meer belang aan hun gezondheid en gezonde leefgewoonten.

Kinderen leren op een respectvolle wijze omgaan met de hen omringende wereld. Voor milieu-educatie ontwikkelen we een positieve attitude ten opzichte van de natuur.

Ook wordt extra aandacht besteed aan het domein tijd en ruimte. Het is belangrijk dat de kinderen inzicht krijgen in de tijdsstructuur zoals de structuur van de dag, de week, …

Als laatste is er het domein redzaamheid. Dat heeft betrekking op capaciteiten en attitudes die noodzakelijk zijn om zich in het leven te kunnen handhaven en om te kunnen voorzien in de eigen levensbehoeften. Het zelfvertrouwen en het zelfwaardegevoel van de leerlingen groeit en hun hulpeloosheid vermindert door hun redzaamheid te verhogen.

 

7. Wiskunde: functioneel rekenen

 

Kerngedachten

Om zich dagelijks te handhaven in de maatschappij is het belangrijker vraagstukjes uit het dagelijkse leven te kunnen oplossen dan een bolleboos te zijn in schoolse rekensommetjes. Een leerling uit het type 2 onderwijs heeft meer baat bij het feit dat hij in functionele situaties adequaat kan omgaan met numerieke informatie dan dat hij inhoudloze optelsommen kan maken. We denken hierbij aan kleine financiële verrichtingen zoals iets kopen, meten en wegen, omgaan met tijd, …

In het leergebied wiskunde staat de functionaliteit dan ook centraal.

 

8. ICT

 

Kerngedachten

De computer is niet meer weg te denken uit onze maatschappij en onze omgeving. Het is een evidentie dat naast de 7 leergebieden het leergebied ICT een plaats kreeg. ICT maakt deel uit van het totaalpakket dat de leerlingen binnen het type 2 onderwijs aangeboden krijgen. De O.D. Voor ICT zijn opgesplitst voor lezers en niet-lezers.

Het functioneel gebruik van de computer, het fototoestel, de dvd, kortom van media toestellen staat centraal, alsook het veilig gebruik ervan.